X en zijn partner Y wonen in de jaren 2008 - 2012 in Nederland en nemen het belastingbesparende product Succes by Sharing af. Zij richten een Nederlandse holding en werkmaatschappij op, ingebed in een structuur met buitenlandse vennootschappen en Stichting Z als doelvermogen, waarvan X ultimate beneficial owner is. Via dividendbesluiten vloeien winsten vanuit de werkmaatschappij via de holding naar een buitenlandse vennootschap en vervolgens onder de noemer leningen en later schenkingen naar de privérekening van X. De werkmaatschappij betaalt daarnaast omvangrijke privé-uitgaven van X en Y. In de aangiften IB/PVV melden X en Y geen betrokkenheid bij een doelvermogen, geen aanmerkelijk belang en geen voordelen uit deze structuur. De inspecteur legt na onderzoek navorderingsaanslagen 2008-2012 met loon- en uitdelingscorrecties en vergrijpboeten op. X gaat in beroep.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X betrokken is bij een doelvermogen en als enige gerechtigde tot de voordelen van de buitenlandse vennootschap een indirect aanmerkelijk belang bezit. X beantwoordt de aangiftevraag over trust en doelvermogen in 2008 en 2009 niet en verantwoordt de door de werkmaatschappij betaalde privé-uitgaven in 2010 tot en met 2012 niet als loon. De rechtbank past daarom omkering en verzwaring van de bewijslast toe. De navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen blijven in stand. De inspecteur maakt opzet voor de vergrijpboeten buiten redelijke twijfel aannemelijk, maar de rechtbank vermindert de boeten met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.13
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 1 mei
Informatiesoort: VN Vandaag