Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X slechts beperkt kosten in verband met pgb-activiteiten als resultaat uit overige werkzaamheden mag aftrekken en geen recht heeft op aftrek van specifieke zorgkosten.

X heeft een zoon met een neurologische en cognitieve beperking en ontvangt een persoonsgebonden budget voor diens zorg. X geeft in de aangifte IB/PVV 2021 € 30.939 aan als resultaat uit overige werkzaamheden en trekt daarop € 12.224 aan kosten in mindering. Daarnaast brengt X een bepaald bedrag aan specifieke zorgkosten wegens vervoer in verband met ziekte of invaliditeit in aftrek. De inspecteur wijkt bij het opleggen van de aanslagen IB/PVV en Zvw 2021 van de aangifte af en weigert geclaimde aftrekbare kosten. X maakt bezwaar tegen beide aanslagen en stelt beroep in bij de rechtbank.

In geschil is in hoeverre X kosten in verband met inkomsten uit het pgb en specifieke zorgkosten mag aftrekken.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bewijslast voor de aftrek van kosten bij resultaat uit overige werkzaamheden en voor specifieke zorgkosten bij X ligt. De inspecteur accepteert ter zitting dat X € 2176 aan kosten aannemelijk heeft gemaakt en het resultaat uit overige werkzaamheden daalt tot € 28.763. Voor de geclaimde specifieke zorgkosten toont X niet aan dat deze uitgaven wegens ziekte of invaliditeit uitstijgen boven een bepaalde drempel en hoe zij de bedragen heeft berekend, zodat er geen aftrek mogelijk is. De rechtbank vermindert de aanslag IB/PVV tot een verzamelinkomen van € 70.215 en laat de aanslag Zvw in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27H

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 28

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 29 april

Informatiesoort: VN Vandaag

180

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen