Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X destijds akkoord is gegaan met het eerdere controlerapport en de daaruit voortvloeiende aanslagen. Het enkel niet activeren van de auto's op de balans heeft niet tot gevolg dat de auto’s tot haar privévermogen zijn gaan behoren. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

X is eigenaar van diverse klassieke auto’s die zij verhuurt in het kader van haar eenmanszaak. De auto’s behoren tot haar ondernemingsvermogen en veertien auto's zijn geactiveerd op de balans. Bij een boekenonderzoek in 2013/2014 wordt geconstateerd dat X 89 auto’s op haar naam had staan. De 75 ontbrekende auto’s zijn vervolgens alsnog op de balans geactiveerd voor € 50 per stuk. In 2017/2018 volgt een nieuw boekenonderzoek. Volgens de jaarstukken 2015 en 2016 is er geen omzet behaald, terwijl X ruim 50 auto’s heeft verkocht. Een deel hiervan heeft haar echtgenoot ingeruild bij de aankoop van een Porsche met een waarde van € 100.000. In geschil is of terecht navorderingsaanslagen IB/PVV aan X zijn opgelegd. Volgens Rechtbank Gelderland heeft X niet de vereiste aangiften gedaan, zodat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. In hoger beroep stelt X dat de verkochte auto’s niet tot haar ondernemingsvermogen behoorden.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2023/37.1.1) oordeelt dat X destijds akkoord is gegaan met het eerdere controlerapport en de daaruit voortvloeiende aanslagen. Het enkel niet activeren van de auto's op de balans heeft niet tot gevolg dat de auto’s tot het privévermogen zijn gaan behoren. Ondanks het staken door X van haar eenmanszaak ergens tussen 2011 en 2015 zijn de auto's, in afwachting van een geschikt moment van verkoop, tot haar ondernemingsvermogen blijven behoren. X overlegt ook vergeefs een overeenkomst van eind 2014, waarbij een groot aantal auto’s voor € 50 per stuk aan haar echtgenote zou zijn verkocht. Zo bleven de kentekens op haar naam staan en verkocht zij een deel van die auto’s later zelf door aan derden. X en/of haar adviseur waren bij het doen van de aangiften over 2015 en 2016 te kwader trouw door de verkoopopbrengst te verzwijgen. X' beroep is ongegrond. Namens X wordt cassatie ingesteld, maar wordt geen toereikende volmacht overgelegd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 23 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen