Erflater X is 50% aandeelhouder van een vennootschap die in 2006 een slipbaan – een perceel grond met bos, wegen en opstallen van een oude politieschool – heeft verworven voor € 180.000. De onroerende zaak is in 2016 voor € 45.000 verkocht aan een commanditaire vennootschap (CV), waarin ook X participeerde. In 2018 is de slipbaan doorverkocht aan een derde voor € 1.215.330. Volgens Rechtbank Gelderland is de verkapte winstuitdeling € 805.000, waarvan de helft terecht aan X is toegerekend.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de verkoop van de slipbaan aan de CV heeft plaatsgevonden in 2016, zodat de verkapte winstuitdeling ook in dat jaar heeft plaatsgevonden. In 2008 is er al een bod van € 700.000 en ook de WOZ-waarden waren (veel) hoger dan € 45.000, zodat het niet anders kan dat alle betrokken partijen zich ervan bewust waren dat de verkoopprijs van € 45.000 niet de werkelijke waarde weerspiegelt. Het beroep van de erven X is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 7 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag