X doet aangifte BPM voor een BMW 1 118i Executive en voldoet € 945 aan BPM. X past de taxatiemethode toe en voegt een taxatierapport bij de aangifte, maar legt geen inkoopfactuur over. Dienst Domeinen Roerende Zaken verricht een hertaxatie en constateert essentiële gebreken. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van € 4383. In beroep verzoekt de inspecteur X om de inkoopfactuur te verstrekken. X legt vervolgens een inkoopverklaring over met een aankoopprijs van € 20.363 en de vermelding "motorschade versnellingsbak schade". In geschil is of X de taxatiemethode mag toepassen nu hij de inkoopfactuur pas in beroep overlegt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inkoopfactuur een bindende voorwaarde is voor het toepassen van de taxatiemethode bij BPM. Door het overleggen van de inkoopfactuur in beroep is alsnog voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de taxatiemethode. De auto had op het tijdstip van het belastbaar feit geen essentiële gebreken. De inspecteur kan de taxatiemethode daarom niet op die grond weigeren. De rechtbank bepaalt de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat in goede justitie op € 15.000 en vermindert de naheffingsaanslag. X' beroep is gegrond.
Wetingang:
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 8
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 7 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag