X BV doet eind 2021 BPM-aangifte en vermeldt daarbij dat het geen nieuwe auto betreft. X berekent de te betalen belasting op basis van de Autotelexpro-koerslijst. De auto heeft een eerste toelating op 22 juni 2021, wordt op 29 november 2021 door de RDW gekeurd en heeft dan 53 kilometer gereden. De inspecteur concludeert dat de auto als nieuw en ongebruikt moet worden aangemerkt en legt een naheffingsaanslag op. In beroep voert X BV aan dat de BPM moet worden vastgesteld via de herleidingsmethode. Rechtbank Den Haag oordeelt dat X BV geen recht heeft op afschrijving van BPM wegens ouderdom, omdat de auto volgens de geldende jurisprudentie als nieuw en ongebruikt geldt. De rechtbank verwerpt het beroep op de herleidingsmethode, omdat deze alleen relevant is bij gebruikte voertuigen. De naheffingsaanslag is terecht en niet te hoog vastgesteld.
Hof Den Haag oordeelt dat de auto voor de BPM als nieuwe personenauto kwalificeert. De kilometerstand van 53 kilometer is te laag om de auto als gebruikt aan te nemen. Afschrijving op grond van art. 10 Wet BPM is dan niet mogelijk. Het hof verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2020 (18/03720, ECLI:NL:HR:2020:1528, V-N 2020/53.20). Volgens de Hoge Raad blijft een personenauto die na de vervaardiging ervan niet of nauwelijks op de weg is gebruikt, voor de toepassing van art. 10 lid 1 Wet BPM, aangemerkt als een nieuwe personenauto. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 9
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 23 juni
Informatiesoort: VN Vandaag