Rechtbank Gelderland verwerpt het verweer van twee bezwaarmakers in verschillende zaken tegen een verkeersboete. Een argument in deze zaken was een evenredigheidstoetsing over de verhoging van de verkeersboetes uit 2024. De kantonrechter stelt dat dit uiteindelijk een politieke beslissing is waarop de Tweede Kamer toezicht houdt en kan ingrijpen.
De bezwaarmakers in twee zogenoemde Mulderzaken vinden dat de algemene verhoging van de Wahv-boetebedragen (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften) in 2024 onrechtmatig was en dat de betreffende Algemene Maatregel van Bestuur onverbindend is wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Hierbij verwezen de bezwaarmakers naar een recente uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.
De kantonrechter heeft begrip voor de argumenten van de bezwaarmakers omdat de verkeersboetes in de ‘Mulderzaken’ steeds meer uit de pas lopen met boetes voor andere verkeersovertredingen en ook met boetes voor gewone overtredingen en misdrijven.
Maar volgens de kantonrechter is het niet aan de rechter om de juistheid en evenredigheid van de hoogte van de verkeersboetes in zijn algemeenheid te beoordelen. Zie de nummers ECLI:NL:RBGEL:2026:5868 en ECLI:NL:RBGEL:2026:5869.
Bron: Rechtbank Gelderland
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen, Strafrecht