Het kabinet stelt de volgende aanpassingen in de pseudo-eindheffing voor:
-
bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ auto, vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel is de vervangende auto maximaal 14 dagen uitgesloten van de pseudo-eindheffing;
-
de overgangstermijn van de pseudo-eindheffing wordt verlengd van 17 september 2030 tot 1 januari 2031;
-
er wordt tot 1 januari 2031 een beperkte vrijstelling geïntroduceerd voor een ter beschikking stelling voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen per kalenderjaar;
-
er wordt een vrijstelling voor lesauto’s geïntroduceerd.
Verder verduidelijkt de staatssecretaris de regeling in drie situaties en komt er geen uitzondering voor werknemers die vóór 1 januari 2031 van werkgever wisselen. De werkgever behoudt wel het overgangsrecht voor een specifieke auto als deze auto gedurende de overgangstermijn ter beschikking wordt gesteld aan een andere werknemer.
Het kabinet gaat mogelijk een greentimerregeling invoeren in combinatie met een ander afbouwpad voor de youngtimerregeling. Naar aanleiding van een motie komt de staatssecretaris met vier opties voor een ander afbouwpad voor de youngtimerregeling. De greentimerregeling is een nieuwe bijtellingskorting voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud van bijvoorbeeld 14 of 15%. Besluitvorming hierover volgt in augustus 2027.
Naast deze voorstellen kondigt de staatssecretaris een verkenning aan voor een andere grondslag in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en wordt de Kamer geïnformeerd over de laatste inzichten ten aanzien van de denkrichting om de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) om te vormen naar een tenaamstellingsbelasting.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 32BC
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Loonbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 23 juni
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus