Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de hoorplicht in bezwaar schendt. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en draagt de inspecteur op X alsnog te horen.

X ontvangt uitnodigingen en uitstel om aangifte IB/PVV 2021 te doen. Hiervoor vraagt X tweemaal uitstel, hetgeen hij van de inspecteur krijgt. Een derde uitstelverzoek wijst de inspecteur af. X doet na een herinnering nog steeds geen aangifte, waarna de inspecteur X een aanmaning stuurt. Omdat X geen aangifte doet, legt de inspecteur ambtshalve aanslagen IB/PVV en Zvw op. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslagen legt de inspecteur ook een verzuimboete en belastingrente op. X maakt bezwaar en verzoekt om te worden gehoord. De inspecteur probeert X telefonisch te bereiken en stuurt een vooraankondiging met de mededeling dat X contact moet opnemen voor een hoorgesprek. In geschil is of de inspecteur de hoorplicht in bezwaar schendt en of deze schending met toepassing van art. 6:22 Awb kan worden gepasseerd.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur X niet actief uitnodigt voor een hoorgesprek op een door de inspecteur bepaald moment en daarmee de hoorplicht schendt. Het driemaal telefonisch contacteren van X en het schriftelijk laten weten dat X contact moet opnemen om een afspraak te maken voor een hoorgesprek is daarvoor niet voldoende. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur X in de gelegenheid moet stellen om te worden gehoord door hem daartoe uit te nodigen op een door de inspecteur vastgesteld tijdstip en plaats. Art. 6:22 Awb kan niet worden toegepast omdat de relevante feiten niet vaststaan en de zaak beleidsvrijheid omvat. Zodoende kan niet aan de schending van de hoorplicht voorbij worden gegaan. De rechtbank verklaart de beroepen daarom gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.22

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 23 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen