X drijft een eenmanszaak en dient een herziene IB-aangifte 2022 in. Hij brengt daarbij ruim € 65.000 aan kosten in aftrek in verband met een handelsbot. Volgens de inspecteur is sprake van een investering in een handelsbot die geen bron van inkomen in box 1 oplevert. Hij staat nog wel aftrek toe van kosten tot een bedrag van bijna € 7000. De ontwikkelaar van de handelsbot wordt in 2025 onder andere veroordeeld voor oplichting met een niet bestaande handelsbot.
Hof Den Haag oordeelt dat de investeringen van X in de handelsbot geen bron van inkomen opleveren. X maakt niet aannemelijk dat redelijkerwijs kon worden verwacht dat zijn investeringen in de handelsbot positieve zuivere opbrengsten zouden opleveren. Daarbij acht het hof met name van belang dat X, ook nadat hij de ontwikkelaar van de bot hier verschillende malen naar had gevraagd, op geen enkele wijze inzicht heeft gekregen in de werking van de bot. Ook maakt X niet aannemelijk dat zijn investeringen in de handelsbot verband hielden met zijn bestaande onderneming. De geclaimde kosten zijn niet aftrekbaar in box 1.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8