Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat er voor 2000 en 2001 nog resterende verliezen bestaan die doorgeschoven kunnen worden. De inspecteur hoeft dan ook geen rekening te houden met de door X opgevoerde verliezen.

X verricht activiteiten als hoofdredacteur van een krant. De inspecteur deelt in 2012 aan X mee dat er in elk geval met ingang van 1 januari 2012 geen sprake meer is van een bron van inkomen voor zijn activiteiten. De kosten die verband houden met deze activiteiten zijn daarom niet meer aftrekbaar. In zijn IB-aangiften 2020 en 2021 voert X verliezen op. Volgens X zien deze verliezen op de jaren 2000 en 2001. Ook brengt hij kosten in aftrek. De inspecteur corrigeert de aangiften.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat er voor 2000 en 2001 nog resterende verliezen bestaan die doorgeschoven kunnen worden. De inspecteur hoeft dan ook geen rekening te houden met de door X opgevoerde verliezen. Verder merkt de rechtbank op dat er geen verliesbeschikkingen bestaan die in 2020 en 2021 tot verrekening kunnen leiden. Over de kosten die X in aftrek brengt merkt de rechtbank op dat deze niet tot aftrek kunnen leiden omdat X niet aannemelijk maakt dat er sprake is van een bron van inkomen. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.150

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 25 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen