Een buitenlandse belastingplichtige mag bij het bepalen van de belastbare winst in Nederland de ondernemersaftrek niet volledig in mindering brengen op de winst toerekenbaar aan de Nederlandse vaste inrichting. De ondernemersaftrek moet naar evenredigheid worden toegerekend aan de Nederlandse en de buitenlandse winst.

Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep IBR IB-niet winst/LB/PH aanslag. Sinds de invoering van art. 9a Bvdb 2001 geldt voor buitenlandse belastingplichtigen een pro rata-toerekening van de ondernemersaftrek.

Aanleiding voor dit standpunt is de volgende casus: A is woonachtig in land Y en wordt in Nederland aangemerkt als buitenlandse belastingplichtige. Hij drijft een onderneming met activiteiten in zijn woonland en met behulp van een vaste inrichting in Nederland. Zowel de Nederlandse als de buitenlandse winst zijn positief. Daarbij heeft A recht op ondernemersaftrek in de zin van art. 3.74 Wet IB 2001.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.74

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.2

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 25 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen