Rechtbank Gelderland oordeelt dat terecht een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is opgelegd aan X BV in verband met de verkrijging van het NSW-landgoed. Daarbij verwerpt de rechtbank het beroep van X BV op het vertrouwensbeginsel.

X BV verzoekt om het door haar verkregen landgoed aan te merken als landgoed in de zin van de NSW 1928. In de in 2024 afgegeven beschikking wordt het landgoed aangemerkt als landgoed in de zin van de NSW, echter met uitzondering van de opstallen. Naar aanleiding hiervan legt de inspecteur een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op aan X BV. X BV is het daar niet mee eens en stelt onder meer dat het tarief van 8% niet van toepassing is omdat het object wordt bewoond.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat terecht een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is opgelegd aan X BV in verband met de verkrijging van het NSW-landgoed. Daarbij verwerpt de rechtbank het beroep van X BV op het vertrouwensbeginsel. De e-mail van het RVO waar X BV zich op beroept houdt namelijk niet een beslissing in die bepaalt dat de gevraagde rangschikking aan haar wordt toegekend. Ook acht de rechtbank de waarde van het landgoed juist. Bij de waardering is namelijk aangesloten bij het door X BV overlegde taxatierapport. Dat het object wordt bewoond is niet van belang omdat het verlaagde tarief van 2% slechts van toepassing is bij een verkrijging door een natuurlijk persoon en X BV een BV is, niet-natuurlijk persoon. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 14

Natuurschoonwet 1928 artikel 9A

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingen van rechtsverkeer, Schenk- en erfbelasting

Editie: 25 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

21

Gerelateerde artikelen