X BV exploiteert een kermisattractie en een oliebollenkraam. Uit een boekenonderzoek over het tijdvak 2 februari 2016 tot en met eind 2017 blijkt dat de administratie gebreken vertoont. De inspecteur legt een naheffingsaanslag omzetbelasting en vergrijpboete op. Hij baseert zich op de door X BV aangegeven omzet en weigert aftrek van voorbelasting. In hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslag en de boete- en rentebeschikkingen verder moeten worden verminderd.
Hof ’s-Hertogenbosch (V-N Vandaag 2024/721) ziet geen aanleiding de naheffingsaanslag te verminderen. X BV voert geen nieuwe feiten of argumenten aan. Verder verwacht het hof niet dat X BV alsnog een deugdelijke administratie kan overleggen. Het hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 29 april
Informatiesoort: VN Vandaag