Hof Amsterdam oordeelt dat een in aftrek gebrachte hypotheekrente die hoger is dan de gerenseigneerde rente bij de bank niet aftrekbaar is bij gebrek aan een concrete onderbouwing. "Het is dus zaak om te zorgen voor een concrete en sluitende onderbouwing als er meer hypotheekrente in aftrek wordt gebracht dan door de geldverstrekker aan de Belastingdienst is gerenseigneerd", zo concludeert de de fiscale afdeling van de verzekeraar Nationale Nederlanden.

In de zaak voor Hof Amsterdam (6 mei 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1217) bezit een man een woning die hij heeft gefinancierd met een hypothecaire geldlening. In zijn aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2019, 2020 en 2021 trekt hij aanzienlijk meer hypotheekrente af dan door de geldverstrekker aan de Belastingdienst is gerenseigneerd.

De inspecteur volgt aanvankelijk de aangiften. Naar aanleiding van uitingen van de man in een andere zaak verzoekt de inspecteur om een onderbouwing van de opgevoerde hypotheekrente. De man reageert niet op dit verzoek en er volgen navorderingsaanslagen op basis van de lagere renseignementen.

De man is het niet eens met de navorderingsaanslagen en legt de zaak voor aan de rechter. In geschil is of de navorderingsaanslagen zijn gebaseerd op een nieuw feit, of sprake is van een ambtelijk verzuim en of de man hogere hypotheekrente aannemelijk maakt dan volgt uit de renseignementen.

Er is in de ogen van de rechter sprake van een nieuw feit, ontleend aan verklaringen van de man in een eerdere procedure zodat navordering is toegestaan. Van een ambtelijk verzuim is geen sprake volgens het hof. De inspecteur hoefde bij het opleggen van de aanslagen niet te twijfelen aan de aangiften, deze gaven geen duidelijke aanleiding tot nader onderzoek. Omdat de man er ook niet in slaagt aan te tonen dat hij méér rente heeft betaald dan blijkt uit de gerenseigneerde gegevens blijven de navorderingsaanslagen in stand.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak maakt duidelijk dat de Belastingdienst uit mag gaan van de door financiële instellingen aangeleverde gegevens. Als er toch meer rente in aftrek wordt gebracht dan de gerenseigneerde rente (bijvoorbeeld leningen in de familiesfeer of leningen van de eigen BV) verdient het aanbeveling om een concrete en controleerbare onderbouwing te geven.

Daarbij heeft de Belastingdienst, zo blijkt uit deze uitspraak, een behoorlijke speelruimte als het gaat om het opleggen van een navorderingsaanslag. Het claimen van een hoge aftrek leidt niet zonder meer tot een automatische controleplicht van de inspecteur. Zelfs bij forse afwijkingen tussen gerenseigneerde en in aftrek gebrachte rente hoeft de inspecteur niet direct te twijfelen. Een beroep op ambtelijk verzuim slaagt dan ook niet per definitie. Ook komt in deze uitspraak naar voren dat er een relatief lage drempel ligt voor het constateren van een nieuw feit. Informatie uit andere procedures of uitlatingen van de belastingplichtige kan al een nieuw feit opleveren.

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

20

Gerelateerde artikelen