X verricht zowel belaste prestaties (schilderswerkzaamheden en het uitbaten van een horecagelegenheid) als onbelaste prestaties (verhuur onroerende zaken). De inspecteur legt aan X een naheffingsaanslag omzetbelasting op over de tijdvakken 2019 tot en met 2022. In de bezwaarfase overlegt X ter onderbouwing van de geclaimde voorbelasting een klapper met facturen en kassabonnen (2019), een handgeschreven grootboekkaart (2020) en zeven facturen (2021). Over 2022 overlegt X geen stukken. De inspecteur verklaart het bezwaar gedeeltelijk gegrond en vermindert de naheffingsaanslag. In beroep stelt X dat een deel van zijn administratie door lekkage verloren is gegaan en dat de geplaatste zonnepanelen worden gebruikt op de verhuurde appartementen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet voldoet aan de op hem rustende bewijslast. X maakt niet concreet welke bedragen op de facturen of kassabonnen betrekking hebben op belaste prestaties. De zonnepanelen dienen de verhuur van appartementen (onbelaste prestaties), zodat geen recht op aftrek bestaat. Dat een deel van de administratie door lekkage verloren is gegaan, ontslaat X niet van zijn onderbouwingsplicht en komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank acht de verzuimboeten passend en geboden. X maakt niet aannemelijk dat sprake is van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67C
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 juli
Informatiesoort: VN Vandaag