X is enig aandeelhouder van X BV, die op 31 december 2018 wordt ontbonden. X doet aangifte IB/PVV 2018 naar een belastbaar loon van € 46.700. De inspecteur ontvangt op 11 september 2023 een signaal dat bij de ontbinding van X BV mogelijk te weinig belasting is geheven vanwege een vordering van € 220.228 op de vennootschap van de vader van X. De inspecteur kondigt op 7 december 2023 een navorderingsaanslag aan en legt deze op met dagtekening 29 december 2023 naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 220.218. De navorderingstermijn verloopt op 31 december 2023. X betwist de tijdige verzending. In geschil is of de inspecteur de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 tijdig en op de voorgeschreven wijze bekendmaakt binnen de navorderingstermijn.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur niet aan zijn bewijslast voldoet. De inspecteur overlegt geen stukken waaruit volgt dat de navorderingsaanslag voor of op de dagtekening aan een postvervoerbedrijf is aangeboden. De blote stelling dat de aanslag in een blauwe envelop met "Port betaald PostNL" is verzonden, volstaat niet. Verzendrapportages ontbreken. Plaatsing op mijnbelastingdienst.nl vormt geen formeelrechtelijk toegelaten wijze van bekendmaking. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag wegens overschrijding van de navorderingstermijn.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 5
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 juli
Informatiesoort: VN Vandaag