X BV beschikt over een vergunning om bpm per tijdvak op aangifte te voldoen. Nadat zij aangifte heeft gedaan over maart en april 2021, dient zij bezwaar in voordat de verschuldigde bpm is betaald. De inspecteur verklaart de bezwaren niet-ontvankelijk. X BV stelt dat uit HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:64, V-N 2013/31.17 volgt dat een voldoening op aangifte geacht moet worden plaats te vinden op het moment van het doen van aangifte, zodat haar bezwaren ontvankelijk zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de bezwaartermijn voor de bpm pas begint na betaling van de belasting en niet al na het doen van aangifte. Anders dan X BV betoogt, brengt het arrest HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:64, V-N 2013/31.17 niet met zich mee dat een voldoening op aangifte al geacht wordt te hebben plaatsgevonden bij de aangifte. Het hof is terecht ervan uitgegaan dat het in dit arrest ging om het beoordelen van de vraag of naheffing op de voet van art. 20 lid 1 AWR mogelijk is. Dat arrest heeft geen betekenis voor de beantwoording van de vraag of de door belanghebbende gemaakte bezwaren zien op besluiten waartegen de AWR, die een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, bezwaar openstelt. Verder geldt dat een voortijdig bezwaarschrift tegen een voldoening op aangifte slechts ontvankelijk kan zijn indien het aangegeven bedrag vervolgens binnen de wettelijke betalingstermijn wordt voldaan. Nu X BV de verschuldigde bpm pas na afloop van die termijn heeft betaald, waren de bezwaren zonder voorwerp en terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ook het beroep van X BV op art. 52 Handvest faalt. Omdat de bezwaren zonder voorwerp waren en niet waren gericht tegen een voor bezwaar vatbaar besluit, is geen sprake van een situatie waarin het recht op effectieve rechterlijke bescherming van art. 47 Handvest aan de orde komt. Van een beperking van dat recht als bedoeld in art. 52 Handvest kan daarom evenmin sprake zijn.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.5
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.6
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.8
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.10
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 15 juni
Informatiesoort: VN Vandaag