Het Gerecht oordeelt dat bij de beoordeling of een product ‘geschikt is om te worden gerookt’ niet hoeft te worden uitgegaan van de perceptie van het publiek. In de formulering van de desbetreffende bepaling wordt namelijk niet verwezen naar de perceptie van de consument om een product onder ‘rooktabak’ in te delen.

De Duitse Douane neemt 1225 kg tabaksbladeren in beslag. De tabaksbladeren bevinden zich in een bestelwagen die wordt bestuurd door de gevolmachtigde van C, Scrap-Transporteur. Volgens de douane zijn de tabaksbladeren aan te merken als rooktabak. Volgens Scrap is er echter geen sprake van rooktabak maar van ruwe tabak die bestemd is om in Duitsland te worden verwerkt tot waterpijptabak. De Duitse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. Deze rechter wil weten wanneer sprake is van rooktabak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.

Het Gerecht oordeelt dat bij de beoordeling of een product ‘geschikt is om te worden gerookt’ niet hoeft te worden uitgegaan van de perceptie van het publiek. In de formulering van art. 5 lid 1 onderdeel a EU-richtlijn 2011/64 wordt namelijk niet verwezen naar de perceptie van de consument om een product onder ‘rooktabak’ in te delen. Het begrip ´geschikt om te worden gerookt´ houdt dus in dat het product in die zin kan worden gerookt dat de opwarming en de verbranding ervan een te inhaleren rook genereren. Met betrekking tot het begrip ‘zonder verdere industriële verwerking’ merkt het Gerecht op dat daaronder ook methoden vallen die, hoewel zij meerdere stappen inhouden, door de consument thuis kunnen worden toegepast.

Wetingang:

Richtlijn 2011/64/EU betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabrikaten artikel 5

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht, Accijns en verbruiksbelastingen

Editie: 1 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen