Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het verzamelinkomen voor de ouderenkorting in beginsel het volledige in 2021 uit Nederland afkomstige inkomen omvat. In dit geval laat het hof echter het op de aanslag vermelde verzamelinkomen in stand, zodat X ouderenkorting ontvangt.

X woont in 2021 eerst in Nederland en daarna in Frankrijk. In de binnenlandse periode is X verzekerd voor de volksverzekeringen en in de buitenlandse periode kwalificeert X niet als kwalificerend buitenlands belastingplichtige. X ontvangt in 2021 een pensioen van € 55.961 en AOW van € 11.020 en rekent daarvan € 16.745 toe aan de binnenlandse periode. X doet aangifte IB/PVV 2021 naar een verzamelinkomen van € 16.745. De inspecteur legt een aanslag op naar hetzelfde verzamelinkomen zonder ouderenkorting. X maakt bezwaar en stelt beroep in; de inspecteur gaat na de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep.

In geschil is of X op basis van het in 2021 genoten inkomen recht heeft op ouderenkorting en welk verzamelinkomen daarbij geldt.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het verzamelinkomen voor de ouderenkorting bij X zowel het wereldinkomen in de binnenlandse periode als het Nederlandse inkomen in de zin van hoofdstuk 7 Wet IB 2001 in de buitenlandse periode omvat, inclusief de volgens het belastingverdrag aan Frankrijk toegedeelde pensioenuitkering en AOW inkomsten. Materieel bedraagt het verzamelinkomen € 66.981, maar omdat de inspecteur het op de aanslag vastgestelde verzamelinkomen van € 16.745 niet heeft gewijzigd, gaat het hof daarvan uit. Partijen erkennen dat X dan recht heeft op € 427 ouderenkorting, zodat het hof het hoger beroep ongegrond verklaart en de uitspraak van de rechtbank bevestigt.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Regeling Wfsv artikel 2.6A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.7

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.17

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 1 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen