Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X Sp.z.o.o. geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse BTW over de huisvesting van haar werknemers omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden.

X Sp.z.o.o. is in Polen gevestigd en stelt personeel ter beschikking aan Nederlandse afnemers, vooral voor steigerbouw. De werknemers zijn fiscaal inwoner van Polen en werken tijdelijk in Nederland op basis van arbeidsovereenkomsten naar Pools recht. X Sp.z.o.o. biedt voor deze uitzending huisvesting in Nederland aan; een deel van de werknemers regelt zelf huisvesting en ontvangt daarvoor een aanvullende vergoeding. Nederlandse verhuurders brengen over de huur BTW in rekening. X Sp.z.o.o. dient drie verzoeken om teruggaaf in voor drie tijdvakken in 2022 en 2023. De inspecteur kent slechts gedeeltelijke teruggaaf toe en verklaart de bezwaren tegen de beschikkingen ongegrond, waarna X SL beroep instelt. In geschil is of X Sp.z.o.o. ondanks het BUA recht heeft op teruggaaf van BTW op huisvesting van werknemers.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het BUA de aftrek van voorbelasting op de huisvesting van werknemers uitsluit en dat X Sp.z.o.o. niet aannemelijk maakt dat binnen het bedrijfsbelang gelegen bijzondere omstandigheden haar dwingen de onderkomens te huren conform het arrest HR 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1777, BNB 2021/24, V-N 2020/60.20. Het is aannemelijk dat het faciliteren van huisvesting door X Sp.z.o.o. van belang is voor de uitvoering van haar onderneming. Echter, zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar werknemers aangeboden huisvesting zonder een vorm van keuze moeten accepteren. Als gevolg hiervan is sprake van een persoonlijke keuze van iedere werknemer die primair het privébelang dient. Juist de aanwezigheid van de twee verschillende groepen werknemers wijst op een keuzemogelijkheid. Het standpunt van X Sp.z.o.o. dat het praktisch niet mogelijk is voor een werknemer om onderkomen in Nederland te regelen is niet nader onderbouwd anders dan met algemene verwijzingen naar de omstandigheden op de huizenmarkt. Verder hoeft bij een buitenlandse werkgever niet anders te worden getoetst of sprake is van bijzonder omstandigheden dan bij een Nederlandse werkgever. Ook het beroep op vertrouwensbeginsel door X Sp.z.o.o. slaagt niet. Het beroep van X Sp.z.o.o. is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 artikel 1

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 32

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Editie: 1 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen