Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de advocaatkosten rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld.

X en D kopen in 2004 samen een eigen woning. Medio 2017 staat D niet meer ingeschreven op het adres van de woning. D wil dat de woning wordt verkocht, X wil daarentegen D’s aandeel overnemen. Dit verschil van inzicht leidt tot meerdere procedures. De advocaatkosten die X in 2021 maakt, bedragen € 31.909. In geschil is of deze kosten fiscaal aftrekbaar zijn als financieringskosten voor de eigen woning.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de advocaatkosten rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld. X heeft kosten gemaakt om zich tegen D’s vordering tot verkoop van de woning te verweren. In hoger beroep ziet slechts één van de zes grieven van X op de vordering om D uit haar aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen te ontslaan en de overdracht van het aandeel van D in de woning aan X. Uiteindelijk is D niet ontslagen uit haar aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening, omdat X de geldleningen geheel heeft afgelost. Omdat de advocaatkosten in een te ver verwijderd verband tot de financiering van de woning staan, zijn het geen kosten van geldleningen. De inspecteur heeft de advocaatkosten terecht afgewezen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.119A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.120

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 27 april

Informatiesoort: VN Vandaag

18

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen