X ontvangt een aanslag IB/PVV 2021 van € 9382. In november 2024 sluit X met de inspecteur een compromis waardoor de aanslag 2021 wordt verminderd tot € 6119. De eerder verleende uitstel van betaling vervalt in december 2024. In januari 2025 verrekent de ontvanger de voorlopige aanslag 2023 met de aanslag 2021. Ook wordt een betaling van X afgeboekt op de aanslag en de berekende invorderingsrente. In geschil is of de ontvanger terecht invorderingsrente in rekening brengt.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de ontvanger terecht invorderingsrente berekent voor de aanslag IB/PVV 2021. Uitstel van betaling en een later gesloten compromis nemen de verschuldigdheid van invorderingsrente niet weg. De ontvanger is verplicht om invorderingsrente te berekenen vanaf het moment dat X de laatste betalingstermijn overschrijdt. De betalingsverplichting met betrekking tot een aanslag wordt niet geschorst door bezwaar of beroep. Het compromis vermindert slechts de aanslag 2021 en bevat geen afspraak over invorderingsrente. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 9
Invorderingswet 1990 artikel 28
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Invordering
Editie: 27 april
Informatiesoort: VN Vandaag