X is een ouder die gedupeerd is door de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij verzoekt in dat kader om kwijtschelding van een openstaande belastingschuld van € 15.079 over het jaar 2017. De aanslag bestaat uit € 8589 IB/PVV, een vergrijpboete van € 6000 en € 490 belastingrente. De vergrijpboete staat onherroepelijk vast. De aanslag is ambtshalve vastgesteld omdat X geen aangifte IB/PVV 2017 doet en is gebaseerd op geschatte inkomens. De ontvanger wijst het verzoek om kwijtschelding af en verklaart het bezwaar van X ongegrond. In geschil is of X recht heeft op kwijtschelding van de aanslag IB/PVV 2017.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de belastingschuld van X is ontstaan door opzettelijk handelen of nalaten. X heeft sinds 2003 stelselmatig geen aangiften IB/PVV ingediend, waardoor de opgelegde vergrijpboete meer dan 50 procent van de verschuldigde belasting bedraagt. Dat X geen geld had om een boekhouder te betalen maakt het oordeel niet anders. X blijft zelf verantwoordelijk voor het indienen van aangiften. X’ beroep is ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 26A
Wet hersteloperatie toeslagen artikel 3.1
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet, Invordering
Editie: 24 juni
Informatiesoort: VN Vandaag