Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X door het nulurencontract bij de indiensttreding bij Y BV niet aan de looneis voor de 30%-regeling voldoet.

X past bij zijn werkgever de 30%-regeling toe. In 2024 eindigt het dienstverband. Kort voor de officiële beëindiging treedt X in dienst bij Y BV met een nulurencontract tegen een uurloon van € 32,37. Enkele weken later sluiten X en Y BV een arbeidsovereenkomst met een vast dienstverband en een maandsalaris van € 3909. X en Y BV dienen vervolgens gezamenlijk een verzoek tot toepassing van de 30%-regeling in. De inspecteur wijst dit verzoek, en het daaropvolgende bezwaar tegen zijn beslissing op dit verzoek, af waarna X beroep instelt. In geschil is of X bij de indiensttreding bij Y BV aan de looneis voor de 30%-regeling voldoet.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X bij de indiensttreding bij Y BV niet aan de looneis voor de 30%-regeling voldoet. De ingangsdatum van het nulurencontract is het toetsmoment voor de looneis. Met het nulurencontract was voorzien in een loon per uur, maar niet in een gegarandeerde minimum werktijd. Er is ook geen sprake van een vast overeengekomen loon. Op de ingangsdatum van het nulurencontract wordt daardoor niet voldaan aan de looneis. Dat het nulurencontract later werd omgezet in een vast contract, maakt dit niet anders. Uit de feiten blijkt niet dat het van begin af aan de bedoeling was dat X een vaste aanstelling kreeg met een voldoende vast salaris. X' beroep is ongegrond.

[Bron uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 10e

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 10ed

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 10ea

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 10eb

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Loonbelasting

Editie: 27 april

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen