Een transportondernemer overtreedt volgens de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) de regels over rusttijden van haar chauffeurs. De FNV heeft de resultaten van een eigen onderzoek aangeboden aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hieruit blijkt dat chauffeurs onder meer weekeinden in de cabine van hun auto's doorbrengen. Aan de onderneming is door de minister een boete opgelegd van € 10.500 voor zeven overtredingen. In hoger beroep is in geschil of de FNV als belanghebbende kan worden toegelaten in de bestuurlijke boeteprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de FNV belanghebbende is bij het boetebesluit aan de onderneming voor het niet naleven van rusttijden. Omdat de FNV opkomt voor de collectieve belangen van vrachtwagenchauffeurs, heeft de FVN een rechtstreeks belang bij de vraag of met de boete aan de transportonderneming de overtreding wordt beëindigd of niet. Het maakt niet uit of de FNV een verzoek om handhaving heeft gedaan. Als de FNV aantoont dat de boete hoger moet zijn omdat deze niet effectief is, dan zou dat ertoe kunnen leiden dat een hogere boete moet worden opgelegd. Het beroep van de FNV is gegrond. De minister moet opnieuw beslissen op het bezwaar van FNV tegen het boetebesluit.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 1.2
Algemene wet bestuursrecht artikel 5.46
Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen, Arbeidsrecht
Editie: 1 mei
Informatiesoort: VN Vandaag