In het tweede kwartaal van 2026 is 1,7 procent van de werknemers ouder dan de AOW-leeftijd, tegen 1,2 procent begin 2018. Het gaat om 152 duizend werknemers. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.
Mannen en vrouwen
Mannen werken vaker na de AOW-leeftijd door dan vrouwen. Van de mannelijke werknemers is 2,3 procent ouder dan de AOW-leeftijd, tegenover 1,1 procent van de vrouwelijke werknemers. Sinds begin 2018 is het aandeel bij beide groepen met ongeveer 0,5 procentpunt gestegen.
Bedrijfstakken
De verschillen tussen bedrijfstakken zijn groot. Verhuur en handel van onroerend goed heeft met 4,3 procent het hoogste aandeel werknemers boven de AOW-leeftijd, gevolgd door vervoer en opslag met 3,6 procent. Openbaar bestuur en overheidsdiensten heeft met 0,6 procent het laagste aandeel.
Ook na de AOW-leeftijd veranderen werknemers van bedrijfstak. In het tweede kwartaal van 2026 stroomden ruim 20 duizend AOW-gerechtigden een andere bedrijfstak in. Van de werknemers die na het bereiken van de AOW-leeftijd uitstromen, gaat 9 procent in een andere bedrijfstak werken.
Bron: CBS
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Sociale zekerheid ouderen, Arbeidsrecht