De Raad voor de rechtspraak adviseert minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om het wetsvoorstel over het tijdelijk afschaffen van bestuurlijke boetes rondom WIA-aanvragen niet in te dienen. "Het wetsvoorstel haalt een laagdrempelig rechtsmiddel en een belangrijke stok achter de deur voor burgers weg", aldus de Raad.
Het UWV heeft door capaciteitsproblemen grote achterstanden bij het beoordelen van WIA-aanvragen. Mensen hebben recht op een bestuurlijke dwangsom als hun aanvraag niet op tijd wordt afgehandeld, maar volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schiet deze dwangsom door de grote achterstanden zijn doel voorbij. Daarom kwam de minister met een wetsvoorstel om te regelen dat UWV tijdelijk geen bestuurlijke dwangsommen hoeft te betalen.
Maar de Raad voor de rechtspraak heeft "grote aarzelingen" bij het voorstel, omdat het "de rechtsbescherming van mensen die wachten op een beslissing van het UWV" vermindert. De Raad begrijpt dat het UWV met capaciteitsproblemen kampt en daardoor niet in staat is om alle WIA-beslissingen tijdig te nemen. Maar dat probleem moet worden opgelost "door te investeren in uitvoeringsorganisaties, zodat mensen beter en sneller door de overheid worden geholpen".
Ook is volgens de Raad niet duidelijk voor welke periode de tijdelijke afschaffing zou gaan gelden. In het wetsvoorstel staat dat de dwangsommen weer terug zouden komen als de achterstanden afnemen, maar die omschrijving noemt de Raad "te ruim".
Daarnaast benadrukt de Raad dat de bestuurlijke dwangsom al is afgeschaft in het vreemdelingenrecht en dat er bij de Eerste Kamer een wetsvoorstel ligt waarin ook de rechterlijke dwangsom wordt afgeschaft. Verder zijn in zaken over het herstel van de toeslagenaffaire ook uitspraken gedaan over het tijdelijk niet opleggen van rechterlijke dwangsommen. "De Raad vindt het van belang om al deze ontwikkelingen in samenhang te bezien."
Bron: Raad voor de Rechtspraak
Informatiesoort: Nieuws