Door juiste en volledige gegevens aan te leveren in de aangiften loonheffingen, waaronder het dagloon,, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemer de juiste uitkering ontvangt. Ook zorgt dit ervoor dat de juiste lasten aan de werkgever worden doorberekend, zo meldt de Belastingdienst op het Forum Salaris.
Het dagloon vormt de basis voor de hoogte van uitkeringen van het UWV. Het UWV berekent het dagloon op basis van de gegevens die de werkgever aanlevert in de aangifte loonheffingen. Het dagloon is het gemiddelde brutoloon dat een werknemer per werkdag verdient. UWV gebruikt dit bedrag om de hoogte van een uitkering te bepalen, zoals een:
- WW-uitkering;
- ziektewetuitkering;
- WIA-uitkering;
- WAZO-uitkering.
Om het dagloon te berekenen, rekent het UWV uit hoe hoog het SV-loon van de werknemer was in een periode van 1 jaar. Deze periode heet de ‘referteperiode’. Wanneer de referteperiode precies begint en eindigt hangt af van de soort uitkering.
Het UWV gebruikt voor de berekening van het dagloon gegevens uit de polisadministratie. Deze gegevens zijn afkomstig uit de aangiften loonheffingen.
De formule voor de berekening van het dagloon is:
(A – B + C) / D
Daarbij betekent:
A = het totale SV-loon van de werknemer in de referteperiode
B = uitbetaalde vakantiebijslag en arbeidsvoorwaardenbedragen
C = opgebouwde rechten op vakantiebijslag en arbeidsvoorwaardenbedragen
D = meestal 261 werkdagen bij een periode van 12 maanden
Bron: Belastingdienst
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Salarisadministratie, Loonbelasting, Sociale zekerheid ziektekosten, Sociale zekerheid werkloosheid, Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid