Op 7 juli 2026 is nummer 31 van Vakstudie Nieuws verschenen. In deze aflevering zijn de volgende belangrijke zaken opgenomen:

  • Alternatief bewijs voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht
    Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur, op grond van het Unierecht, niet mag weigeren om X voor de jaren 2016, 2017 en 2018 aan te merken als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, alleen omdat X voor deze jaren geen modelverklaringen heeft verstrekt. De staatssecretaris ziet af van het instellen van beroep in cassatie. (punt 4)
  • KG-standpunt: pro rata-toerekening ondernemersaftrek bij buitenlandse belastingplichtigen
    Een buitenlandse belastingplichtige mag bij het bepalen van de belastbare winst in Nederland de ondernemersaftrek niet volledig in mindering brengen op de winst toerekenbaar aan de Nederlandse vaste inrichting. De ondernemersaftrek moet naar evenredigheid worden toegerekend aan de Nederlandse en de buitenlandse winst. (punt 7)
  • Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026
    De Staatssecretaris van Financiën heeft het beleid over de bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting, zoals dat geldt met ingang van 2026, vervat in een nieuw besluit. (punt 12)
  • BTW-vrijstellingen financiële diensten gelden niet voor beheer kredieten na verkoop kredieten
    Het Gerecht oordeelt dat de BTW-vrijstelling voor het beheer van kredieten niet geldt voor het beheer van kredieten door een onderneming die deze kredieten heeft verkocht en tegen vergoeding blijft beheren. (punt 13)
  • Civielrechtelijk leerstuk ‘gezag van gewijsde’ geldt niet in het belastingrecht
    De Hoge Raad oordeelt dat het in belastingzaken toepasselijke stelsel van wettelijke regels van procesrecht geen aanknopingspunten biedt om de civiele leer van gezag van gewijsde te introduceren. (punt 19)
  • Onbehoorlijk bestuur. Bestuurder brievenbusfirma blijft na jaren aansprakelijk voor VPB-schuld
    Hof Amsterdam oordeelt dat X als bestuurder van een brievenbusfirma aansprakelijk is op grond van onbehoorlijk bestuur. Op grond daarvan is X verplicht de geleden schade, bestaande uit een onbetaalde verplichting jegens de fiscus, aan de BV te voldoen. Het door X als schade te betalen bedrag wordt daarbij wel gematigd. (punt 24)

Producten: Inhoudsopgave V-N

13