A-G IJzerman is van mening dat de waarborgen van art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM zich ook zouden moeten uitstrekken tot de onderhavige griffierechtsbescherming. Het cassatieberoep van de heer X is echter niet-ontvankelijk, aangezien X niet heeft gereageerd op het verzoek van de griffier van de Hoge Raad om (nader) inzicht in zijn eventuele financiële onvermogen te geven.

De heer X is een bijstandsgerechtigde ondernemer. Volgens Rechtbank Leeuwarden voldoet X in 2008 niet aan het urencriterium en bestaat er dus geen recht op de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Hof Leeuwarden verklaart het hoger beroep van X niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht. In de hierop volgende verzetsprocedure wordt geoordeeld dat het niet betalen van het griffierecht niet verschoonbaar is. X stelt vergeefs dat zijn verzoek om bijzondere bijstand bij de Gemeente Groningen te lang duurde. X gaat in cassatie, doch betaalt ook thans geen griffierecht. X beroept zich op zijn "marginale zelfstandigheid" en het feit dat hij op dat moment een praktijkstage voor registeraccountant volgt. Advocaat-Generaal IJzerman is van mening dat het cassatieberoep van X niet-ontvankelijk is, aangezien X niet heeft gereageerd op het verzoek van de griffier van de Hoge Raad om (nader) inzicht in zijn eventuele financiële onvermogen te geven. Het hof had volgens de A-G moeten onderzoeken of X inderdaad onvermogend was en eerst nadere inlichtingen moeten vergaren. Het hof heeft overigens wel terecht overwogen dat art. 6 EVRM niet van toepassing is. In tegenstelling tot de andere griffierechtzaak nr. 12/03888, waarin de A-G ook conclusie heeft genomen, is er namelijk geen boete opgelegd. Desondanks zouden de waarborgen van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM zich ook moeten uitstrekken tot de onderhavige griffierechtsbescherming. De Hoge Raad hecht namelijk bijzonder aan de fundamentele processuele rechtsbeginselen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het arrest (HR 10 juni 2011, nr. 09/02639, V-N 2011/31.7) inzake het recht op schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn. Het ongeschreven rechtszekerheidsbeginsel werd ook daar gesteld boven een daaraan in de weg staande wet. Wellicht is het dus meer dan een gelegenheidsarrest.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:41

Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Editie: 17 september

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen