Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aandelen A bv niet kwalificeren als fictieve onroerende zaak. De tot het campingbedrijf behorende onroerende zaken zijn namelijk niet voor ten minste 70 percent dienstbaar aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van die onroerende zaken.

A bv exploiteert een camping. Zij bezit 3.67.21 ha grond. Verder beschikt de camping over een bedrijfswoning, een receptie, een speeltuin met diverse speeltoestellen, een wasserette, twee sanitaire gebouwen, een werkplaats en 50 parkeerplaatsen. Op 7 januari 2009 verkrijgt belanghebbende, X bv, de aandelen in A bv. De inspecteur is van mening dat de aandelen A bv kwalificeren als fictieve onroerende zaken ex art. 4 lid 1 onderdeel a WBR 1970 en legt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de aandelen A bv niet kwalificeren als fictieve onroerende zaken. Volgens de rechtbank is het bezit van de onroerende zaken namelijk noodzakelijk voor de exploitatie van de camping. De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt, de bedoeling van de wetgever in aanmerking nemende, dat de tot het campingbedrijf behorende onroerende zaken niet voor ten minste 70 percent dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van die onroerende zaken. Het hof overweegt daarbij dat, voor de kwalificatie van de onroerende zaken, het gebruik ten tijde van de verkrijging van belang is. De verkregen aandelen A bv kunnen volgens het hof dan ook niet worden aangemerkt als fictieve onroerende zaken. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op belastingen van rechtsverkeer 4

Editie: 18 februari

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Informatiesoort: VN Vandaag

  27
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen