Rechtbank Gelderland oordeelt dat X afstandsverkopen verricht in plaats van intracommunautaire leveringen door onvoldoende bewijs hiervoor.

X verkoopt hoogwaardige uurwerken via een internetplatform. A is DGA van X. Over de jaren 2012 tot en met 2014 is niet duidelijk of sprake is van afstandsverkopen of van intracommunautaire leveringen onder het nultarief. X is van mening dat sprake is van intracommunautaire leveringen. De inspecteur legt over de jaren 2012 tot en met 2014 naheffingsaanslagen op en behandelt de inkomsten als afstandsverkopen omdat X onvoldoende bewijs overlegt voor intracommunautaire leveringen. A vraagt, deels namens X, een voorlopige voorziening voor de geleden financiële schade door het langdurige onderzoek.

Rechtbank Gelderland doet onmiddellijk uitspraak in het hoofdgeding en oordeelt daarmee dat geen belang meer bestaat bij een voorlopige voorziening. Aangezien A ter zitting en op verzoek van de rechtbank geen bewijs noch een onderbouwing heeft verstrekt kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van intracommunautaire leveringen. De omzetbelasting is terecht nageheven. De schadevergoedingen met betrekking tot de geleden financiële schade onderbouwt A onvoldoende of er is onvoldoende verband met de naheffingsaanslag. Het beroep is deels gegrond doordat de boete over 2013 vervalt door afspraken met de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 17a

Wet op de omzetbelasting 1968 5a

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Omzetbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 8 januari

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen