Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de huurder van een huurwoning niet zonder meer belang heeft bij een beslissing over de WOZ-waarde.

X is huurder van een woning. In geschil is of de gemeente zijn bezwaar terecht wegens ontbreken van belang niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de huurder van een huurwoning niet zonder meer belang heeft bij een beslissing over de WOZ-waarde. X heeft als huurder recht op een WOZ-beschikking en is daarom gerechtigd daartegen rechtsmiddelen aan te wenden, maar dat maakt nog niet dat hij zonder meer ook een procesbelang heeft. De rechtbank oordeelt dat in iedere huurderszaak opnieuw moet worden beoordeeld of procesbelang aanwezig is. De enkele omstandigheid dat de onroerende zaak een sociale huurwoning is, is daarvoor onvoldoende. Uit de wettelijke systematiek van doorwerking van de WOZ-waarde naar de huurprijs van sociale huurwoningen volgt dat procesbelang wel kan bestaan als iemand een sociale huurwoning huurt met een huur dichtbij de maximale huurprijsgrens. De heffingsambtenaar maakt duidelijk dat de door X bepleite verlaging van de WOZ-waarde geen effect heeft op de door X te betalen huur. Gesteld noch gebleken is dat X een ander belang heeft bij de beslissing over de WOZ-waarde. De rechtbank oordeelt dat de gemeente het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Rechtbank Oost-Brabant

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 8 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  189
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen