Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat met het verzoek om volledige inzage te verlenen in de e-mails de grenzen van de redelijkheid niet zijn overschreden. De gevraagde informatie kan namelijk van belang zijn voor de vraag of X bv haar eigen omzet ten aanzien van de Curaçao-constructies juist en volledig heeft verantwoord. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X bv exploiteert een belastingadvieskantoor en biedt via een gelieerde nv op Curaçao mogelijkheden om aldaar fiscale constructies op te zetten. Bij een boekenonderzoek in het kader van het project 'Trust Company Service Providers' constateert de inspecteur een verschil tussen de verzamelloonstaat en de verloonde uren. X bv weigert om al haar niet-geanonimiseerde e-mails met betrekking tot de activiteiten op Curaçao te overleggen, ondanks de toezegging van de inspecteur dat de inhoud niet zal worden gebruikt voor de belastingheffing van derden en kennelijke privéberichten slechts marginaal zullen worden bekeken. In geschil is of jegens X bv terecht informatiebeschikkingen zijn genomen. Volgens Rechtbank Gelderland is het verzoek om de e-mails te overleggen geen fishing expedition, maar een rechtmatig verzoek dat verband houdt met de controle op de aangegeven omzet en de opgegeven kosten. X bv gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2022/25.1.4) oordeelt dat met het verzoek om volledige inzage verlenen in de e-mails de grenzen van de redelijkheid niet zijn overschreden. De gevraagde informatie kan namelijk van belang zijn voor de vraag of X bv haar eigen omzet juist en volledig heeft verantwoord. X bv heeft als belastingadviseur geen afgeleid of informeel verschoningsrecht. Het maakt ook niet uit dat X bv tot geheimhouding is verplicht ten aanzien van datgene wat aan haar in het kader van de uitoefening van haar functie is toevertrouwd. De inzage is namelijk verzocht met het oog op de belastingheffing van haarzelf. De vraag of omkering van het bewijs proportioneel is, kan aan de orde komen in de procedures tegen de eventuele (navorderings)aanslagen (zie HR 10 februari 2017, 16/02729, V-N 2017/9.5). Het hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

Lees ook het thema Informatiebeschikking: stand van zaken.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 53a

Algemene wet inzake rijksbelastingen 52a

Algemene wet inzake rijksbelastingen 52

Algemene wet inzake rijksbelastingen 51

Algemene wet inzake rijksbelastingen 49

Algemene wet inzake rijksbelastingen 47

Instantie: Hoge Raad

Editie: 23 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Internationaal belastingrecht

846

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen