Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X in verband met de BTW-teruggaaf geen recht heeft op vergoeding van heffingsrente maar wel van belastingrente. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

In verband met de aanschaf van zonnepanelen in 2003 verzoekt X pas op 19 september 2018 om BTW-teruggaaf. De teruggaaf van € 5081 wordt verleend, maar het verzoek om vergoeding van heffingsrente over de periode 31 december 2003-4 maart 2019 wordt afgewezen.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2022/24.1.7) oordeelt dat X in verband met de BTW-teruggaaf geen recht heeft op vergoeding van heffingsrente. Wel bestaat recht op vergoeding van belastingrente. Voor het verzoek om vergoeding van heffingsrente geldt dat uit het overgangsrecht volgt dat art. 30f (tekst 2003) AWR niet van toepassing is, omdat de BTW-teruggaafbeschikking geen betrekking heeft op vóór 1 januari 2012 reeds bestaande belastingschulden. Omdat de teruggaafbeschikking niet is vastgesteld binnen acht weken na de ontvangst van het verzoek om die beschikking, bestaat recht op vergoeding van belastingrente over het tijdvak van 4 december 2018 tot 10 januari 2019. X' hoger beroep is gegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hoge Raad

Editie: 23 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Omzetbelasting

360

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen