Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de overnamesom van percelen cultuurgrond bij ontbinding van de vof zakelijk is vastgesteld en het gerealiseerde gebruikersvoordeel tot de belastbare winst behoort.

X en zijn broer oefenen een landbouw- en veehoudersbedrijf uit in een vof. De vof wordt ontbonden en X en zijn broer zetten apart van elkaar landbouwbedrijven voort. Bij deze ontbinding hebben ze percelen cultuurgrond verkregen waarvan de stille reserves worden doorgeschoven. De waarde in verpachte staat is door X vastgesteld op 60% van de waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (WEVAB). X heeft vervolgens een wijziging aangebracht in de verdeling van de liquidatiewinsten en -verliezen en het belang in de nieuwe vof geherwaardeerd. Hij realiseert hierdoor een stakings- en herwaarderingswinst waarop hij de landbouwvrijstelling toepast. X stelt dat de overnamesom van de percelen grond onzakelijk laag is en daardoor een onzakelijk voordeel ontstaat dat niet tot de stakings- en herwaarderingswinst behoort. De inspecteur meent dat de overnamesom zakelijk is. Omdat de overnamesom beneden de WEVAB ligt is er een gebruikersvoordeel ontstaan dat is gerealiseerd bij de herwaardering. Het gebruikersvoordeel behoort tot de winst en valt niet onder de landbouwvrijstelling, aldus de inspecteur. In geschil is of de overnamesom van de percelen grond zakelijk is en of er sprake is van een tot de belaste winst te rekenen gebruikersvoordeel.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de firmabepaling waarop de overnamesom is gebaseerd en de naleving hiervan zakelijk is. Hieruit volgt dat de overnamesom zakelijk is bepaald en het gebruikersvoordeel tot de belastbare winst behoort. Omdat de percelen steeds in gebruik van het landbouwbedrijf zijn gebleven acht de rechtbank de waardering van de percelen in verpachte staat niet in strijd met het totaalwinstbegrip. De rechtbank volgt partijen in hun standpunt dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op het gerealiseerde gebruikersvoordeel omdat dit voordeel niet samenhangt met de waardeverandering van de grond maar met het vennootschapscontract. Het beroep van X is ongegrond.

Lees ook het thema De landbouwvrijstelling in de winstsfeer.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.63

Wet inkomstenbelasting 2001 3.12

Wet inkomstenbelasting 2001 3.8

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 23 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Agro

425

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen