Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de door de inspecteur berekende belastingrente voldoet aan het EU-doeltreffendheidsbeginsel.

X maakt bezwaar tegen de rentebeschikking in het kader van een BPM-teruggaaf van € 240. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verhoogt de belastingrente tot het inmiddels vastgestelde bedrag van € 34. X gaat in hoger beroep. Niet in geschil is dat de rente enkelvoudig moet worden berekend over de periode van 1 april 2015 tot en met 29 mei 2017.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de bancaire rente op consumptief krediet en overige leningen aan huishoudens aan het begin van de maand waarin de belasting in strijd met het EU-recht is betaald (oktober 2014) 0,91% méér is dan de in art. 30hb AWR (tekst tot 1 juni 2020) neergelegde rentevoet van 4%. De berekening wordt daarom: 4,91% x € 240 x 2 jaar, één maand en 29 dagen = (afgerond) € 26. Dit is lager dan de door de inspecteur vastgestelde € 34. De door de inspecteur berekende rente voldoet dus aan het EU-doeltreffendheidsbeginsel (vgl. HR 28 januari 2022, 21/00331, V-N 2022/8.17). Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30hb

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30ha

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 18 april

  552
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen