Hof Amsterdam oordeelt dat X GmbH haar stelling vóór aanvang van de zitting van het hof met bewijsstukken had moeten onderbouwen. De heffingsambtenaar had zijn stelling namelijk al eerder ingenomen, en niet prijsgegeven.

X GmbH is eigenaresse van een kantoorgebouw bestaande uit vijf bouwlagen. Voor de Wet WOZ bestaat het object uit vier WOZ-objecten. In geschil zijn de WOZ-waarden van deze objecten. Hof Den Haag oordeelt dat, gezien de eigen verkoopprijs van het kantoorgebouw, de door de rechtbank vastgestelde WOZ-waarden niet te hoog zijn. Het hof gaat daarbij niet in op het door X GmbH ter zitting gedane bewijsaanbod. Volgens het hof was de waardeontwikkeling tussen de waardepeildatum en de verkoopdatum namelijk in eerste aanleg al in geschil. X GmbH had volgens het hof dan ook al alle gelegenheid gehad om haar eigen standpunt te onderbouwen en het standpunt van de heffingsambtenaar te bestrijden. X GmbH gaat in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat het feit dat X GmbH bij de rechtbank reeds de mogelijkheid heeft gehad om haar standpunt met bewijsstukken te onderbouwen, op zichzelf onvoldoende reden is om haar in hoger beroep de gelegenheid tot bewijslevering te onthouden. Volgens de Hoge Raad had het hof, bij zijn beslissing om X GmbH de mogelijkheid te onthouden om nadere bewijsstukken te overleggen, de redenen waarom de stukken niet reeds eerder aan de rechtbank zijn overgelegd moeten meewegen. Nu het hof dit niet heeft gedaan, verwijst de Hoge Raad de zaak naar Hof Amsterdam.

Hof Amsterdam oordeelt dat het belang van een doelmatige procesgang zwaarder moet wegen dan het belang dat X GmbH heeft bij het alsnog overleggen van de aangeboden bewijsstukken. Het hof overweegt daarbij dat de heffingsambtenaar in het in eerste aanleg overgelegde taxatierapport reeds het standpunt had ingenomen dat zich een prijsdaling had voorgedaan in de vastgoedmarkt, tussen de waardepeildatum en de datum van verkoop van de eigen onroerende zaken, van ca. 8%. Vervolgens wijst het hof er op dat X GmbH deze stelling weliswaar heeft betwist, maar niet nader heeft onderbouwd. Nu de heffingsambtenaar zijn stelling niet heeft prijsgegeven, had het op de weg van X GmbH gelegen om, vóór aanvang van de zitting van Hof Den Haag, het door haar gestelde waardeverloop met bewijsstukken te onderbouwen.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Bronbelasting

Editie: 1 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  448
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen