De Hoge Raad oordeelt dat het BTW-tarief van 21% van toepassing is. De overgangsmaatregel ziet namelijk alleen op overeenkomsten die strekken tot levering van een woning, en dus niet op een afnamegarantieovereenkomst.

Belanghebbende, X bv, wordt opgericht in verband met een nieuwbouwproject van 162 koopwoningen. In 2010 sluit X bv daartoe een overeenkomst met een afnameverplichting met stichting A. In de overeenkomst is opgenomen dat X bv niet-verkochte woningen aan A ter koop mag aanbieden en dat A deze woningen dan moet afnemen. X bv licht deze optie in september 2013. In geschil is of het BTW-tarief van 19% of van 21% van toepassing is. Volgens X bv is de overgangsregeling van toepassing, en dus het tarief van 19%, omdat de afnamegarantieovereenkomst vóór 28 april 2012 is gesloten. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het BTW-tarief van 21% van toepassing is, omdat X bv niet eerder dan op 30 september 2013 de verkoopoptie heeft uitgeoefend. De overgangsmaatregel is alleen van toepassing op koop- en aannemingsovereenkomsten die vóór 28 april 2012 zijn gesloten. X bv gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat het BTW-tarief van 21% van toepassing is. De overgangsmaatregel ziet namelijk alleen op overeenkomsten die strekken tot levering van een woning. De overgangsmaatregel ziet niet op overeenkomsten die enkel strekken tot vaststelling van het recht om op een nader te bepalen datum een verkoopoptie ter zake van een of meer woningen uit te oefenen. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het hof.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 9

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 13 november

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

503

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen