Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X geheel 2009 in Nederland woonde en binnenlands belastingplichtige was. De inkomsten uit Brunei zijn dus terecht bij hem nagevorderd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X woont tot 29 januari 2009 officieel in Nederland. Van 29 januari 2009 tot 25 augustus 2009 staat hij ingeschreven op een adres in Brunei, daarna weer in Nederland. In Brunei heeft X in opdracht van een in Nederland gevestigde BV werkzaamheden verricht. Na aftrek van een commissie voor een bedrijf op Cyprus is hiervoor € 124.640 ontvangen. Dit bedrag is gestort op zijn Nederlandse privébankrekening. X heeft voor 2009 aangifte gedaan als een buitenlands belastingplichtige, waarbij de inkomsten uit Brunei zijn vermeld als niet belast in Nederland. In 2019 start de inspecteur een onderzoek bij de opdrachtgever van X. Volgens de inspecteur was X geheel 2009 binnenlands belastingplichtige. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk, maar vernietigt wel de 100% vergrijpboete van € 54.575. De inspecteur heeft pas in zijn tiendagenstuk voor het eerst het subsidiaire standpunt ingenomen dat sprake is van grove schuld.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2025/27.1.1) oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X geheel 2009 in Nederland woonde en binnenlands belastingplichtige was. Zo beschikte hij hier over een hoofdverblijf en verbleef hij in Brunei in een voor hem gereserveerd ‘guesthouse’. X heeft geen feiten en omstandigheden gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, waaruit volgt dat hij ook in Brunei woonde. Het beroep van X is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.1

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 20 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen