Een uniformering van de overdrachtsbelasting zou bijdragen aan een eenvoudiger stelsel, maar met name starters en doorstromers zullen hier nadelen van ondervinden. Dat schrijft de Staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer.

Aanleiding hiervoor is het Commissiedebat Volkshuisvesting en fiscaliteit van 24 september 2026, waarin de staatssecretaris heeft toegezegd vóór het tweede wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2027 een brief te sturen over het uniformeren van de overdrachtsbelasting. De staatssecretaris laat daarbij weten dat het kabinet kijkt naar twee verschillende hoofdvarianten ten aanzien van de uniformering van het tarief. Bij de eerste variant zal één tarief van 3,7% worden doorgevoerd met behoud van de startersvrijstelling. De tweede variant zal de startersvrijstelling niet behouden, waardoor het uniforme tarief uitkomt op 2,8%. De staatssecretaris stelt voor met de Tweede Kamer in gesprek te gaan over eventuele uniformering.

Wetingang:

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 14

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Editie: 20 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen