Hof Amsterdam oordeelt dat het door X betaalde bedrag aan parkeerbelasting niet in mindering hoeft te worden gebracht op het forfaitair nageheven bedrag op basis van een parkeerduur van een uur.

X parkeert zijn auto en betaalt € 0,10 aan parkeerbelasting, terwijl hij € 4,50 verschuldigd is. De heffingsambtenaar legt een naheffingsaanslag van € 69,80 op, inclusief € 65,30 aan kosten. X stelt dat de naheffingsaanslag te hoog is omdat geen rekening is gehouden met de reeds betaalde parkeerbelasting van € 0,10. De rechtbank handhaaft de naheffingsaanslag. X gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat het door X betaalde bedrag aan parkeerbelasting niet in mindering hoeft te worden gebracht op het forfaitair nageheven bedrag op basis van een parkeerduur van een uur. Het hof verwijst hiervoor naar het arrest van de Hoge Raad van 18 januari 2019, nr. 18/03317, V-N 2019/7.17, waarin is bepaald dat de naheffing niet hoeft te worden beperkt tot de te weinig betaalde belasting. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 20

Gemeentewet 234

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 19 april

Informatiesoort: VN Vandaag

142

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen