AOW’ers hebben geen nadeel van het niet meer overdraagbaar zijn van de algemene heffingskorting. Dat schrijft staatssecretaris Van Rij van Financiën in reactie op vragen van het Kamerlid Stoffer (SGP) over het Reformatorisch Dagblad-artikel “Belastingstelsel kost eenverdiendersgezin straks ook deel AOW”.

Volgens de staatssecretaris is de stelling in het Reformatorisch Dagblad-artikel dat AOW’ers zo’n € 1000 per jaar mislopen feitelijk onjuist. Vanaf de AOW-leeftijd hebben belastingplichtigen over het algemeen een dusdanig hoog inkomen dat de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner niet langer tot een voordeel leidt. Afschaffing van de overdraagbaarheid heeft dan ook geen gevolgen voor een eenverdienerspaar dat de AOW-leeftijd bereikt, ook niet op het moment dat mensen geboren op of na 1 januari 1963 de AOW-leeftijd bereiken (in 2030). Slechts in uitzonderlijke situaties - bijvoorbeeld wanneer een AOW’er zonder aanvullend pensioen naast de AOW-uitkering een negatief inkomen uit eigen onderneming heeft - kan de niet overdraagbaarheid van de heffingskorting wel gevolgen hebben. Dit effect is voorzien bij het besluit om de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting af te bouwen. Er ontstaat door het inkomensverlies van AOW’ers en de andere groepen geen onrechtvaardig onderscheid tussen verder identieke gevallen.

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 8.10

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 13 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

1632

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen