Volgens Hof Den Haag wordt een leegstaande woning voor BTW-vrijgestelde doeleinden gebruikt, ook als een makelaar een opdracht tot short-stay verhuur heeft gekregen. Belanghebbende kan geen vertrouwen ontlenen aan het niet-herzien over het jaar 2014. Tot slot betekent een FSV-registratie niet dat geen correcties kunnen plaatsvinden.

Belanghebbende (X) neemt in 2009 een nieuw appartement in gebruik. Het appartement is volledig als ondernemingsvermogen aangemerkt en alle BTW is in aftrek gebracht. Deze aftrek is toegekend door Hof Den Haag. X verhuurt het appartement van 2010 tot 2015 als woning. In 2015 geeft X een makelaarskantoor de opdracht om het appartement ‘short stay’ te verhuren. Over de jaren 2014 tot en met 2018 wordt 10% van de BTW op het appartement als herziening nageheven. Daarnaast wordt BTW nageheven over de omzet die als ‘omzet belast met 0%/niet bij mij belast’ is aangegeven, en op in aftrek gebrachte BTW. In 2022 krijgt X bericht dat hij is geregistreerd in de Fraude Signalering Voorziening (FSV).

Hof Den Haag oordeelt dat de herziening over de jaren 2014 tot en met 2018 terecht is nageheven. Wat betreft het jaar 2014 kon X niet vertrouwen op het ‘niet herzien in de vorige procedure die ook 2014 betrof. Doordat in die procedure een BTW-belaste ingebruikname in 2009 werd vastgesteld, terwijl de Belastingdienst uitging van BTW-vrijgestelde ingebruikname in 2010, is herziening over 2014 dus juist wel op zijn plaats als direct gevolg van de BTW-regels.

De opdracht aan de makelaar is onvoldoende om het voornemen tot BTW-belast gebruik tot uiting te brengen. Het gaat om een woning die niet is ingericht voor short-stay verhuur, zodat langdurige verhuur als woning niet uitgesloten wordt. Het hof beslist dat X geen objectieve voornemens tot BTW-belaste verhuur toont.

De naheffing over de ‘omzet 0%/verlegd’ vervalt. Het hof vindt aannemelijk dat X geen BTW-belaste omzet behaalt in 2016.

Tot slot betekent een FSV registratie niet dat geen correcties opgelegd kunnen worden. Volgens het hof is niet gebleken dat sprake is van discriminatie en ook de aanleiding van het geschil (aftrek van voorbelasting) is niet ongebruikelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:42

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 13

Algemene wet inzake rijksbelastingen 20

Algemene wet bestuursrecht 8:15

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 6 december

Informatiesoort: VN Vandaag

541

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen