Nederland zal niet in navolging van Duitsland en België als coronamaatregel de BTW-tarieven verlagen om de economie er weer boven op te helpen. Dat is de kern van de antwoorden van de Staatssecretaris van Financiën op vragen van enkele Tweede Kamerleden.

Volgens staatssecretaris Vijlbrief van Financiën en Belastingdienst zijn de effecten van een dergelijke maatregel onzeker. Voor de Belastingdienst is het bovendien technisch lastig uit te voeren. Dat schrijft hij in een brief als antwoord op Kamervragen.

In Duitsland en België gaat de BTW op korte termijn tijdelijk wel omlaag. Ook Italië is dat van plan. In Groot-Britannië is een dergelijke maatregel al van kracht. Nederland is niet van plan hetzelfde te doen. Ook zal Nederland geen onderzoek doen naar de mogelijkheden van een tijdelijke BTW-verlaging. Zo’n onderzoek zou pas tot resultaten leiden op het moment dat Duitsland de tarieven weer verhoogt.

Volgens de bewindsman kan de BTW-verlaging leiden tot een toename van de consumptie in Duitsland. Die stijging kan ook voor Nederlandse ondernemers gunstig uitpakken, bijvoorbeeld voor de landbouwsector. Omgekeerd kunnen Nederlandse ondernemers in de grensregio enige klandizie verliezen omdat Nederlanders meer over de grens gaan kopen. Maatregelen om deze ondernemers op grond van hun geografische ligging te helpen zijn in strijd met de neutraliteit van het beleid. Daarnaast begunstigt een algemene BTW-verlaging voornamelijk de sectoren met veel omzet, terwijl juist sectoren met omzetverliezen de stimulans nodig hebben.

De introductie van een nieuw, nog niet bestaand tarief kan de Belastingdienst bovendien technisch op korte termijn niet aan. De introductie van een nog niet bestaand tarief is niet te realiseren in de huidige ondersteunende IT-systemen van de Belastingdienst. Deze IT-ondersteuning kan niet op korte termijn worden vervangen. In België gaat het in tegenstelling tot Nederland, zowel voor ondernemers als voor de Belastingdienst om een bestaand verlaagd tarief, waarvoor geen systeemaanpassing nodig is.

Bedrijven hebben volgens de bewindsman op korte termijn steun nodig. Dat zal niet gebeuren in de vorm van een korting op BTW-afdracht na beëindiging van 2020. Volgens de staatssecretaris is dat geen goede oplossing. Een directe subsidie aan de bedrijven die het nodig hebben vindt Vijlbrief gerichter en voorkomt onnodig instrumentalisme in de belastingen. Het kabinet sluit niet uit dat een gerichte BTW-verlaging in specifieke gevallen wel wenselijk kan zijn.

[Nieuwsbron]

Editie: 9 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Rubriek: Omzetbelasting

Carrousel: Carrousel

Dossiers: Corona

Focus: Focus

  687
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen