Rechtbank Noord-Nederland beslist dat X geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. X heeft in het betreffende tijdvak niet voldaan aan de formele voorwaarden om in aanmerking te komen voor belaste verhuur van onroerende zaken.

Belanghebbende, X, realiseert in het jaar 2014 een gezondheidscentrum dat met ingang van 1 november dat jaar gedeeltelijk wordt verhuurd. Er wordt niet geopteerd voor een met omzetbelasting belaste verhuur. Partijen spreken af dat de huurder uiterlijk bij het ondertekenen van de huurovereenkomst een ondertekende verklaring overlegd. In deze verklaring moet staan dat de huurder het gehuurde gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van omzetbelasting bestaan. Deze verklaring maakt dan integraal onderdeel uit van de huurovereenkomst. Uiteindelijk wordt de verklaring pas op 9 maart 2016 door de huurder ondertekend. Bij het aangaan van de huurovereenkomst op 31 december 2014 is deze nog niet opgemaakt. Volgens de inspecteur heeft X geen recht op aftrek van voorbelasting over het eerste kwartaal van 2010 tot en met het derde kwartaal van 2015. X komt in beroep.

Rechtbank Noord-Nederland beslist dat X in het betreffende tijdvak niet heeft voldaan aan de formele voorwaarden om in aanmerking te komen voor belaste verhuur van onroerende zaken. Dat de huurder op 9 maart 2016 alsnog de verklaring heeft ondertekend conform de vereisten van art. 6a Uitv.besch. OB, heelt het aanvankelijke ontbreken van die verklaring niet met terugwerkende kracht. Het beroep is in die zin ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 6a

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Omzetbelasting

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Editie: 3 juli

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen