Hof Den Haag oordeelt dat het verlaagde BTW-tarief wegens het gelegenheid geven tot sportbeoefening niet van toepassing is, nu geen sportaccommodatie ter beschikking wordt gesteld aan de abonnees van een virtueel sportplatform. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X biedt haar abonnees via een virtueel sportplatform workout- en instructievideo’s aan voor sportbeoefening. Ook biedt X toegang tot blogs en video’s met recepten en tips voor een gezonde levensstijl. De abonnees krijgen een op maat gemaakt sportschema. De abonnees volgen de trainingen van het programma thuis of op een andere door hen gekozen locatie. X heeft geen sportaccommodatie, waarvan de abonnees gebruik kunnen maken.

Hof Den Haag (V-N 2022/40.1.3) oordeelt dat X geen sportaccommodatie ter beschikking stelt aan de abonnees. Daarom is het verlaagde BTW-tarief wegens het gelegenheid geven tot sportbeoefening niet van toepassing. Dat geldt ook als X de abonnee aanwijzingen meegeeft voor de inrichting van de ruimte, waarin de abonnee de sport beoefent, omdat X dan niet het gebruiksrecht van die ruimte verleent aan de abonnee. Het beroep op het neutraliteitsbeginsel slaagt niet. Ook de recente aanvaarding van de nieuwe Btw-tarievenrichtlijn (Richtlijn (EU) 2022/542 leidt niet tot een andere uitkomst. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 3

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 9 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

42

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen