Hof Den Haag oordeelt dat geen sprake is van schending van de hoorplicht in de bezwaarfase. De ter inzage legging van de stukken op kantoor is voldoende. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar nog diverse stukken bij de uitnodiging voor de hoorzitting meegestuurd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X ontvangt een aanslagbiljet waterschapsbelastingen 2020 van de Regionale Belastinggroep. X vindt dat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase diverse formele regels schendt. Zo had de heffingsambtenaar alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan hem moeten opsturen. Tevens moest X de gelegenheid krijgen om zijn visie te uiten of deze stukken voldoende waren alvorens de hoorzitting plaats kon vinden. Bij de uitnodiging voor de hoorzitting geeft de heffingsambtenaar aan dat X tenminste één week voordat de hoorzitting plaatsvindt op kantoor kan langskomen om stukken in te zien. Bij de uitnodiging stuurt de heffingsambtenaar tevens een kopie van de Tariefberekening 2020 mee en geeft hij aan waar X de begroting online kan raadplegen.

Hof Den Haag (V-N Vandaag 2022/2700) oordeelt dat het voldoende is dat de heffingsambtenaar stukken op kantoor ter inzage legt. In dit geval heeft de heffingsambtenaar nog diverse stukken bij de uitnodiging voor de hoorzitting meegestuurd. De heffingsambtenaar voldoet hiermee ruimschoots aan de plicht tot passieve informatieverstrekking. Het is niet aan X om voorwaarden te stellen waaraan moet zijn voldaan, voordat de heffingsambtenaar hem kan uitnodigen voor een hoorzitting. Het hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:4

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 9 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

343

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen