Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat matiging van belastingrente, voor de periode dat het belastinggeld al op de bankrekening van de fiscus stond, ook kan plaatsvinden buiten toepassing van de wettelijke regeling. De rechtbank kent aan het matigingsarrest van de Hoge Raad een aanvullende werking toe.

X dient de aangifte IB/PVV 2021 in met een te betalen bedrag aan inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. X ontvangt geen voorlopige aanslag. Nadat X heeft verzocht de aanslag IB/PVV 2021 snel vast te stellen, blijft een reactie van de inspecteur uit. X betaalt vervolgens de belasting aan de ontvanger met een betalingskenmerk dat herleidbaar is tot de belastingschuld 2021. Daarna volgt de definitieve aanslag IB/PVV waarbij de rente niet gematigd wordt voor de periode dat het geld al op de bankrekening van de fiscus stond. De inspecteur wijst het bezwaar tegen de beschikking belastingrente af. De wet voorziet niet in matiging voor gerichte betalingen zonder aanslag. X komt in beroep.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat matiging van belastingrente, voor de periode dat het belastinggeld al op de bankrekening van de fiscus stond, ook kan plaatsvinden buiten toepassing van de wettelijke regeling. De rechtbank kent aan het gecodificeerde matigingsarrest van de Hoge Raad een aanvullende werking toe. De wettelijke regeling is niet limitatief. Het beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30ia

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30fc

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 23 april

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

1395

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen